Het zogenoemde ''Lenteakkoord'' bevat een aanvullend pakket aan hervormingen en lastenverzwaringen dat in 2013 (en verder) voor veel bedrijven een verhoging van de looskosten met zich mee zal brengen. Hierna lichten wij kort de volgens ons belangrijke wijzigingen met financiële consequenties op het gebied van de loonheffingen toe.
Ontslag:
- Werkgevers gaan de eerste zes maanden van de WW-uitkering van hun werknemers betalen.
Dit betekent dat de werkgever bij ontslag (maximaal) 2 maanden 75% en 4 maanden 70% van het maximumdagloon (€ 191,82) aan zijn werknemer zal moeten doorbetalen. Dit komt neer op een extra kostenpost van ongeveer €17.000 per ontslagen werknemer. Omdat deze wijziging pas in 2014 effectief wordt, zal de WW-premie voor werkgevers in 2013 tijdelijk worden verhoogd.
- Ontslagvergoedingen worden beperkt. De ontslagvergoeding moet tevens worden gebruikt voor (om)scholing en van werk-naar-werk trajecten. Hoe de wetgever dit gaat vormgeven is onduidelijk. Ook wordt met het stabiliteitsprogramma niet de lang gewenste hervorming van het ontslagstelsel an sich voorgesteld.
- De werkgeversheffing op excessieve vertrekbonussen wordt verhoogd van 30 naar 75%.
Van een excessieve vertrekbonus is sprake als de werknemer een vergoeding krijgt die meer bedraagt dan één jaarloon en hij/zij 2 jaar voor het ontslag meer dan € 531.000 (cijfers: 2012) verdiende. In dat geval is de werkgever naast de regulier loonheffingen over de vertrekvergoeding een extra (eind)heffing verschuldigd, een dubbele belasting. Deze heffing komt volledig ten laste van de werkgever.
Reiskostenvergoeding:
- De onbelaste reiskostenvergoeding voor woon-werkverkeer wordt afgeschaft.
Werkgevers kunnen hun werknemers straks niet langer een onbelaste vergoeding betalen van maximaal € 0,19 per kilometer voor woon-werkverkeer. Ook de belastingvrije vergoeding van de werkelijke reiskosten voor openbaar vervoer wordt afgeschaft.
- De belastingvrije reiskostenvergoeding voor zakelijke reizen blijft in 2013 nog wel bestaan. Dit geldt ook voor de vergoeding van vervoersbewijzen. Vanaf 2014 zullen ook de zakelijke reiskosten belast zijn (zie hierna).
Werkgevers die hun werknemers reiskosten voor woon-werkverkeer willen of moeten blijven vergoeden vanwege gemaakte contractuele of Cao-afspraken, kunnen er voor kiezen om de reiskosten netto te blijven uitbetalen en de belasting voor hun rekening te nemen. Bij een gemiddeld tarief van 42% komt elke vergoede kilometer (tegen € 0,19) dan neer op een loonkost van € 0,33 (€ 0,19 en € 0,14 (aan belasting)).
Werkgevers die wel de contractuele ruimte hebben om wijzigingen aan te brengen, kunnen de € 0,19 voortaan belast vergoeden. De werknemer houdt hier dan bij een gemiddeld belastingtarief van 42% netto € 0,11 aan over. Voor werkgevers die de werkkostenregeling toepassen, geldt dat woon-werkkilometers vanaf 2013 niet meer als gerichte vrijstellingen gelden. Indien deze werkgevers nog ruimte over hebben in hun budget, kunnen zij de reiskosten woon-werkverkeer onbelast blijven vergoeden. Deze komen dan, anders dan nu het geval is, ten laste van het budget (of moeten worden gebruteerd). Het percentage zal in 2013 worden verhoogd van 1,4% naar 1,6% (als compensatie voor een lagere grondslag vanwege het wegvallen van de vergoeding eigen bijdrage voor de Zorgverzekeringswet), waardoor het te besteden budget gelijk zal blijven.
Vanaf 1 januari 2014 zal ook de vergoeding van de zakelijke reizen niet meer gelden als gerichte vrijstelling. Vergoedingen van de werkgever van zakelijke reizen zullen in dat geval ten koste gaan van het budget (of moeten worden gebruteerd). Hiervoor zal het percentage in 2014 worden verhoogd van 1,6% naar 2,1%. Let op, verstrekkingen van de werkgever aan de werknemer voor bijvoorbeeld een dienstreis, bijvoorbeeld een treinkaartje, blijven wel onbelast. Deze verstrekkingen worden onder de werkkostenregeling op nihil gewaardeerd.
Auto van de zaak:
- Privégebruik van leaseauto’s wordt belast, ook indien dit minder dan 500 kilometer per jaar is.
Voor werknemers die over een verklaring geen privégebruik beschikken, hoeft momenteel geen bijtelling voor de auto van de zaak te worden berekend. Met ingang van 1 januari 2013 worden de woon-werkkilometers die worden gemaakt met de leaseauto ook aangemerkt als privékilometers. De 500 kilometergrens voor privégebruik zal dan ook snel zijn bereikt. Deze werknemers zitten echter vaak nog een aantal jaren vast aan hun leasecontract, terwijl zij er voor hebben gekozen een leaseauto te rijden waarvoor zij geen (hoge) bijtelling hoeven te betalen. Daarom heeft het kabinet voor deze groep werknemers (zolang het leasecontract is aangegaan vóór 25 mei 2012) het volgende geregeld.
Betrokkenen worden niet volledig ontzien, maar gaan 25% van de eigenlijk verschuldigde bijtelling betalen, dat wil zeggen 25% van 25%, dan wel van 20% of 14% indien sprake is van een (zeer)zuinige auto.
Als de auto alleen voor zakelijk verkeer en woon-werkverkeer wordt gebruikt en het overige privégebruik beperkt wordt tot maximaal 500 km per jaar, gaat een bijtelling gelden van 25% van de eigenlijk verschuldigde bijtelling (25% van 25%, of van 20% of 14%). Let op, dit overgangsrecht geldt gedurende de looptijd van het leasecontract maar eindigt uiterlijk 1 januari 2017. Bij het aangaan van een nieuw leasecontract of verlenging van het bestaande contract gaat het “normale” bijtellingsregime gelden.
- Voor dieselauto's met een uitstoot van minder dan 50gram geldt er geen bijtelling meer.
Voor dieselauto's met een CO2-uitstoot van niet hoger dan 50 gram per kilometer zal met terugwerkende kracht tot 1 januari 2012 een 0% bijtelling gaan gelden. Indien u dieselauto's met een lage uitstoot in uw wagenpark heeft, kunt u dus tot 1 januari 2012 een correctie indienen.
Extra belasting op arbeidsbeloningen:
Hogere inkomens (inclusief bonussen) worden in 2013 tijdelijk extra belast met een werkgeversheffing (‘eenmalige crisisheffing’). Deze heffing bedraagt 16% over de lonen voor zover die in 2012 meer dan € 150.000 bedragen. Bovendien wordt de huidige werkgeversheffing over vertrekbonussen die hoger zijn dan € 531.000 verhoogd van 30% tot 75%.
Deze maatregelen maken het wellicht meer aantrekkelijk om werknemers in plaats van een bonus, een aandelen gerelateerde beloning toe te kennen (die immers bij toekenning niet in 2013 belast is, maar pas bij uitoefening in een jaar dat er geen crisisheffing plaatsvindt).
Werkbonus:
De voor 2013 geplande invoering van een nieuwe werkbonus voor oudere werkenden, in aanvulling op de arbeidskorting, wordt niet doorgevoerd. De werkbonus zou de huidige doorwerkbonus gaan vervangen. Deze doorwerkbonus wordt nu afgeschaft.
Bovendien wordt ook de werkbonus voor werkgevers om 62-plussers in dienst te nemen afgeschaft.
Pensioen:
De pensioengerechtigde leeftijd wordt geleidelijk aan verhoogd. Een eerste stap zal al in 2013 worden gezet, door de AOW-leeftijd in dat jaar met 1 maand te verhogen. In de jaren daarna zal de AOW-leeftijd – in maandelijkse stappen – verder worden verhoogd tot een leeftijd van 67 jaar. Daarna wordt de AOW-leeftijd aan de levensverwachting gekoppeld. De aanvullende pensioenleeftijd wordt in 2014 verhoogd naar 67 jaar en tegelijk worden de maximale opbouwpercentages verlaagd. Dit betekent dat werkgevers langer zullen moeten bijdragen aan de aanvullende pensioenregeling van hun werknemers, maar dat dit vanaf 2014 tegen een lager bedrag per jaar kan.
Wij overleggen graag met u over hoe u de impact van de voorgestelde wijzigingen zo minimaal mogelijk voor u kunt laten zijn. Neemt u hiervoor contact op met Chris van Wijngaarden (020 757 09 40 of chris.vanwijngaarden@vmwtaxand.nl) of Maarten Krikke (020 757 09 02 of maarten.krikke@vmwtaxand.nl).
« Terug |